De vervlogen droom

Hestia Communications
60060
9789082104806
    Delivery time:If in stock, 1 - 2 working days
Add to cart
  • Description
  • More
Nienke -Groenendijk-Feenstra, soft cover, 292 blz.

De vervlogen droom, een onthullend boek over vliegscholen, werkloze piloten, banken en de luchtvaartsector, dat te koop is bij de reguliere en online boekwinkels in Nederland en België. Luchtvaartdeskundige Benno Baksteen schreef het voorwoord. Graag wil ik als auteur kort vertellen over dit boek en de weg er naartoe.

Door omstandigheden kwam ik in contact met een collectief van jonge werkloze vliegers en hun problematiek raakte me. Doordat ik zelf bijna vijftien jaar als stewardess heb gevlogen bij NLM CityHopper en KLM en bovendien ben opgegroeid in een luchtvaartfamilie, kon ik me verplaatsen in hun wereld en besloot ik om me erin te verdiepen. Wat begonnen is als evaluatie van de situatie van de vele werkloze piloten in Nederland, is uitgegroeid tot een uitgebreid onderzoek naar de complexe oorzaken van dit probleem.

Toen ik het raamwerk voor het boek had opgezet, besefte ik nog niet dat ik dit nog een groot aantal keren zou moeten aanpassen. Elke keer opnieuw stuitte ik op losse eindjes die ik aan elkaar moest knopen om tot een begrijpelijk geheel te komen. Het was een uitdaging om de verbanden te leggen en dat is me alleen maar gelukt door veel te lezen en door talloze gesprekken te voeren met piloten in alle leeftijden, met vliegscholen, banken en deskundigen op luchtvaartgebied. Vele mensen hebben belangeloos hun kennis ter beschikking gesteld en ik ben ze daar erg dankbaar voor.

Door omstandigheden ben ik betrokken geraakt bij de 
grote groep van circa 1.200 tot 1.300 werkloze piloten in Nederland. 
Zij volgden hun droom en haalden hun brevet als verkeersvlieger. 
Niet lang daarna spatte hun droom uiteen, want hun toekomst zag 
er totaal anders uit dan hen was voorgespiegeld en de zekerheid 
van hun lening bleek een dure sigaar uit eigen doos. Daarnaast zijn 
er jonge piloten die wel een baan hebben gevonden die echter zo 
slecht betaalt dat ze er hun rente amper van kunnen betalen, laat 
staan hun lening. Door de opkomst van low-costmaatschappijen 
hebben de salarissen van hun piloten een soortgelijk niveau als de 
ticketprijzen. De media hebben al diverse malen aandacht aan hun 
problemen besteed, maar het is moeilijk om de boodschap duidelijk 
over te brengen. Dat is begrijpelijk, want de vliegschuldenkwestie is 
een veelkoppig monster dat wortelt in het verleden en zich niet in 
het kort laat uitleggen.

Voor De vervlogen droom heb ik heel veel research moeten 
doen. Alles wat in het boek staat, is gebaseerd op feiten. Om 
deze feiten te verifiëren, heb ik uitsluitend gebruik gemaakt van
betrouwbare bronnen. Ik heb geen gebruik gemaakt van internetfora 
op luchtvaartgebied, zoals Airwork en het Professional Pilots 
Rumour Network, omdat ze geen objectieve informatie bieden. 
De naam ‘rumour network’ zegt genoeg. De technische informatie 
in het boek, zoals bij de beschrijving van vliegtuigongevallen, is 
geverifieerd door verkeersvliegers en/of technici.

Ik heb twaalf vliegscholen in Nederland benaderd, waarvan 
sommige meerdere keren. Helaas waren slechts vier vliegscholen 
(AIS Flight Academy, Aircrew Training Center, EPST en ICA) bereid 
om hun visie op de zaak te geven. Alle andere scholen hebben 
daartoe ruimschoots de gelegenheid gehad, maar zwegen in alle 
talen. Om toch een beeld te krijgen van hun werkwijze heb ik hun 
websites uitvoerig bestudeerd en hier en daar ter illustratie gebruikt.

Wat betreft de banken: alleen ABN AMRO was bereid om een 
persoonlijk gesprek met me te voeren, in de persoon van mevrouw 
Ritsema van Eck, hoofd particuliere kredieten. Bij ING wist 
niemand wie verantwoordelijk was voor de leningen die gedurende 
een bepaalde periode aan piloten zijn verstrekt en de Friesland Bank 
heeft laten weten met deze leningen gestopt te zijn.

De overheidsinstanties die ik vragen heb gesteld, 
antwoordden per e-mail, soms pas na herhaaldelijk aandringen. 
Tweede Kamerlid Attje Kuiken, dat in 2013 nog Kamervragen stelde 
over de vliegschuldenkwestie, heeft helaas nooit gereageerd op mijn 
schriftelijke verzoek om een gesprek. De AIVD heeft me een korte 
toelichting gegeven over de mogelijke gevolgen voor piloten van 
een langdurig verblijf in het buitenland en is de belofte om terug te 
bellen voor nadere uitleg niet nagekomen.

Voor dit boek heb ik met talloze mensen gesproken. Niet 
alleen met piloten in alle leeftijden, maar ook met oud-instructeurs 
en examinatoren, met de commissie Juniore Vliegers van de 
Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers en diverse professionals 
uit de luchtvaartwereld, zoals de Ierse luchtvaartjournalist Gerry 
Byrne. Ik heb een groot aantal werkloze piloten benaderd voor een 
interview, maar de meesten van hen durfden hun verhaal niet te 
doen uit angst dat dit hun carrière zou schaden. Anderen wilden 
graag anoniem blijven. Uiteraard heb ik hun wensen gerespecteerd.

Alle verhalen van de vliegers in dit boek zijn door henzelf 
geschreven of aan mij verteld en door mij opgetekend. Ik heb hen 
allemaal gevraagd om hun eigen verhaal te lezen en goed te keuren 
voor publicatie. De Actiegroep Vliegschulden Leed heeft me ook 
hulp kunnen bieden. De verschillende online enquêtes onder 
werkloze piloten die een scherp beeld van hun situatie schetsen, 
zijn via het Facebook-platform van deze groep afgenomen en de 
respons was daardoor groot. Omdat dit boek ook over prijsvechters 
gaat, kwam ik al gauw bij Ryanair terecht. Ik heb niemand van de 
Nederlandse Ryanair-piloten kunnen interviewen, want ook bij 8
hen regeert de angst. Als u dit boek eenmaal hebt gelezen, zult u 
begrijpen waarom. 

Alle gebruikte bronnen vindt u achterin het boek. Ik heb 
bewust voor deze indeling gekozen omdat het prettiger leest als 
de bladzijden niet eindigen met een groot aantal voetnoten. Om 
de leesbaarheid van het boek te vergroten, heb ik gekozen voor de 
mannelijke vorm als het over de piloten gaat. Elke keer ‘hij of zij’ 
maakt de zinnen nodeloos ingewikkeld en formeel. Uiteraard zijn er 
ook vele vrouwelijke piloten, zoals blijkt uit de portretten.

Ik draag dit boek op aan mijn overgrootvader Hendrik 
Spiekman, journalist, voorman van de arbeidersbeweging 
in Rotterdam, vurig pleitbezorger voor de afschaffing van de
kinderarbeid en medeoprichter van de SDAP. Het moge duidelijk 
zijn waarom. Hopelijk kan ik met dit boek mijn missie realiseren: 
het aan de kaak stellen van de uitbuiting van jonge mensen met 
de droom piloot te worden door bedrijven die alleen maar aan 
geld denken. Als het lukt om met dit boek het brede publiek en de 
politiek ervan te overtuigen dat er maatregelen getroffen moeten
worden, dan is mijn missie geslaagd.


Nienke Groenendijk-Feenstra, augustus 2013